Advertisement

Dth

, 15:100 | Cite as

Resultaten van positieve zelfverbalisatie bij personen met een laag zelfbeeld; een experimenteel onderzoek

  • Alfred Lange
  • Aagje Gest
  • Marjan de Vries
Article

Samenvatting

Er wordt een kort literatuuroverzicht gegeven dat het belang van positieve zelfinstructie voor verschillende patiëntengroepen adstrueert. Vervolgens wordt een gecontroleerd pre–postexperiment beschreven bij studenten met een laag zelfbeeld. 24 proefpersonen werden geïnstrueerd om gedurende drie weken dagelijks een door henzelf gemaakte positieve tekst over zichzelf op te lezen. Zowel de experimentele groep als de 26 controle–proefpersonen voerden in die tijd ook een andere taak uit. Positieve zelfverbalisatie had sterke positieve effecten op onder andere zelfbeeld en gevoelens van inadequatie, vooral bij de intrinsiek gemotiveerde proefpersonen. Mannen leken meer baat bij de methode te hebben dan vrouwen. In de discussie worden de implicaties voor de praktijk en verder onderzoek besproken.

Notes

Referenties

  1. Arntz, A. (1991). Principes en technieken van de cognitieve therapie. Directieve Therapie, 11, 252–268.Google Scholar
  2. Beck, A.T., Freeman, A., & Associates (1990). Cognitive therapy of personality disorders. New York: Guilford.Google Scholar
  3. Beck, A.T. (1993). Cognitive therapy: Past, present and future. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 61, 194–198.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  4. Bem, D.J. (1967). Self–perception. An alternative interpretation of dissonance phenomena. Psychological Review, 74, 183–200.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  5. Bem, D.J. (1972). Self–perception theory. In: L. Berkowitz (red.), Advances in Experimental Social Psychology, vol. 6. New York: Wiley.Google Scholar
  6. Bennet, G.A. (1986). An evaluation of self–instructional training in the treatment of obesity. Addictive Behaviors, 11, 125–134.CrossRefGoogle Scholar
  7. Bernreuter, R.G. (1959). The Personality Inventory ( PI ). Palo Alto, Ca.: Consulting Psychologists Press.Google Scholar
  8. Cohen, J. (1988). Statistical power analysis for the behavioral sciences (sec. ed.). Hillsdale NJ: Lawrence Erlbaum.Google Scholar
  9. Coué, E. (1925). Die Selbstbemeisterung durch bewusste Autosuggestion. Basel: Verlag Benno Schwabe.Google Scholar
  10. Dush, D.M., Hirt, M.L., & Schroeder, H. (1983). Self–statement modification with adults: A meta–analysis. Psychological Bulletin, 94, 408–422.CrossRefGoogle Scholar
  11. Dush, D.M., Hirt, M.L., & Schroeder, H. (1989). Self–statement modification in the treatment of child behaviour disorders: a meta–analysis. Psychological Bulletin, 106, 97–106.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  12. Elshout, J.J., & Akkerman, A.E. (1975). Vijf Persoonlijkheids Faktoren Test (5 PFT ). Nijmegen: Berkhout.Google Scholar
  13. Emmelkamp, P.M.G., Brilman, E. Kuiper, H., & Mersch, P. (1986). Treatment of agoraphobia. A comparison of self–instructional training, rational emotive therapy and exposure in vivo. Behavior Modification, 10, 37–53.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  14. Festinger, L. (1957). A theory of cognitive dissonance . Evanston, ILL.: Row, Peterson.Google Scholar
  15. Granvold, D.K. (1994). Concepts and methods of cognitive treatment. In: D.K. Granvold (red.), Cognitive and behavioral treatment; Methods and applications. Pacific Grove, CA.: Brooks/Cole.Google Scholar
  16. Huber, J.W., & Altmaier, E.M. (1983). An investigation of the self–statements of phobic and nonphobic individuals. Cognitive Therapy and Research, 7, 355–362.CrossRefGoogle Scholar
  17. Lange, A. (1994a). Een behandeling van chronische angst om te plassen (the treatment of chronic fear to urinate). Directieve Therapie, 14, 77–89.Google Scholar
  18. Lange, A. (1994b). Gedragsverandering in gezinnen. Groningen: Wolters–Noordhoff.Google Scholar
  19. Lange, A., & Kiestra, J. (1991). Het veranderen van cognities door middel van zelf–indoctrinatie. Directieve Therapie, 11, 291–315.Google Scholar
  20. Langer, T., Janis, I., & Wolfer, J. (1975). Reduction of psychological stress in surgical patients. Journal of Experimental Social Psychology, 11, 155–165.CrossRefGoogle Scholar
  21. Lodder, L. (in voorbereiding). Onderzoek naar de effecten van positieve zelfverbalisatie en zelfinstructie. Amsterdam: Vakgroep Klinische Psychologie.Google Scholar
  22. Luteijn, F., Starren, J., & Dijk, H. van (1975). Nederlandse Persoonlijkheids Vragenlijst ( NPV ). Lisse: Swets en Zeitlinger.Google Scholar
  23. Mahoney, M.J. (1990). Representations of self in cognitive psychotherapies. Cognitive Therapy and Research, 14, 229–240.CrossRefGoogle Scholar
  24. Mahoney, M.J. (1993). Introduction to special section: Theoretical developments in the cognitive psychotherapies. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 61, 187–193.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  25. Mavissakalian, M., Michelson, L., Greenwald, D., Kornblith, S., & Green–wald, M. (1983). Cognitive–behavioral treatment of agoraphobia: paradoxical intention vs self–statement training. Behaviour Research and Therapy, 21, 75–86.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  26. Meichenbaum, D. (1974), Cognitive Behavior Modification. Morristown, NJ: General Learning Press.Google Scholar
  27. Meichenbaum, D. (1981). Cognitieve gedragsmodificatie, een integrale benadering. Deventer: Van Loghum Slaterus. Oorspronkelijke titel: Cognitive–behavior modification – An integrative approach. New York: Plenum Press, 1979.Google Scholar
  28. Meichenbaum, D., & Cameron, R. (1974). The clinical potential of modifying what clients say to themselves. Psychotherapy: Theory, Research and Practice, 11, 103–117.CrossRefGoogle Scholar
  29. Missel, P., & Sommer, G. (1983). Depression and self–verbalization. Cognitive Therapy and Research, 7, 141–148.CrossRefGoogle Scholar
  30. Oppen, P. van (1994). Obsessive Compulsive disorder: Issues in assessment and treatment. Amsterdam: Free University.Google Scholar
  31. Prins, P.J.M. (1988). Efficacy of self–instructional training for reducing children's dental fear. Child & Family Behaviour Therapy, 10, 49–67.CrossRefGoogle Scholar
  32. Robins, C.J., & Hayes, A.M. (1993). An appraisal of cognitive therapy. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 61, 205–214.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  33. Schoenmakers, N., Jongh, A. de, & Lange, A. (in voorbereiding). De resultaten van positieve zelfverbalisatie bij patiënten met angst voor de tandarts; Een experimenteel onderzoek.Google Scholar
  34. Smith, M.L., & Glass, G.V. (1977), Meta–analysis of psychotherapy outcome studies. American Psychologist, 32, 752–760.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  35. Velten, E. Jr. (1968). A laboratory task for induction of mood states. Behaviour Research and Therapy, 6, 473–482.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  36. Vries, M.A. de, & Gest, A. (1992). De invloed van positieve zelfverbalisatie op het zelfbeeld. Amsterdam: Vakgroep Klinische psychologie, UvA.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1995

Authors and Affiliations

  • Alfred Lange
    • 1
  • Aagje Gest
  • Marjan de Vries
  1. 1.

Personalised recommendations