Advertisement

Bijblijven

, Volume 22, Issue 2, pp 67–76 | Cite as

Angst en depressie in de palliatieve fase

  • F. B. van Heest
Artikelen
  • 357 Downloads

Samenvatting

Angst en depressie zijn emoties die in de palliatieve fase een belangrijke rol spelen. De levensbedreigende ziekte is een ongewilde verlieservaring waaraan de patiënt en zijn omgeving zich moeten aanpassen. Professionele begeleiding door een hulpverlener kan een veilige omgeving creëren voor de patiënt waarin verdriet een plaats heeft. Een rustige dood is vaak mogelijk, hoewel er soms wel momenten van ‘paniek’ kunnen optreden.

Zowel bij angst als bij depressie is het van belang dat de hulpverlener ernaar vraagt om de ernst en het eventuele lijden dat ze veroorzaken in te schatten. Dit bespreekbaar maken is tegelijk een belangrijk onderdeel van de behandeling. Daarnaast kan medicamenteuze behandeling van de symptomen – met benzodiazepinen tegen angst en methylfenidaat tegen depressie – heel waardevol zijn. Bij een langere prognose zal de behandeling zich meer op de oorzaken moeten richten en zowel psychotherapeutische als medicamenteuze interventies omvatten.

Literatuur

  1. Loon KG van. De onzichtbaren. Amsterdam/Antwerpen: Veen, 2003: p. 178.Google Scholar
  2. Thomas K. Caring for the dying at home. Oxford: Radcliffe Medical Press, 2004.Google Scholar
  3. Muijsenbergh M van den. Palliatieve zorg: de persoonlijke specialiteit van elke huisarts. Huisarts Wet 2003;46:80-5.Google Scholar
  4. Diagnostische criteria van de DSM-IV. Lisse: Swets& Zeitlinger, 1995.Google Scholar
  5. Meyer MHA, Sinnitt C. Depressive symptoms in advanced cancer. Part 2 Depression over time; the role of the palliative care professional. Palliative Medicine 2003;17:604-7.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  6. Terluin B, Heest FB van, et al. Standaard angststoornissen (1e revisie). Huisarts Wet 2004;47:26-37.Google Scholar
  7. Angststoornissen. Bijblijven 2004;22(8).Google Scholar
  8. Koelewijn M, Dijksterhuis P, Wanrooij B. Herkenning en behandeling van depressie in de palliatieve fase. Huisarts Wet 2005;48:420-5.CrossRefGoogle Scholar
  9. Terluin B. Depressie in de palliatieve fase, handvatten voor de diagnose. Huisarts Wet 2005;48:636-7.Google Scholar
  10. Chochinov HM, Wilson KG, Enns M, Lander S. Are you depressed? Screening for depression in the terminally ill. Am J Psych 1997;154:674-6.Google Scholar
  11. Lloyd-Williams M, Dennis M, Taylor F, Baker I. Is asking patients in palliative care, ‘Are you depressed?’ appropriate? Prospective study. BMJ 2004;327:372-3.CrossRefGoogle Scholar
  12. Akechi T, et al. Screening for depression in terminally ill cancer patients in Japan. J Pain Symptom Manag 2006;31:5-12.CrossRefGoogle Scholar
  13. McWhinney IR. A textbook of family medicine. 2nd ed. Oxford, New York: Oxford University Press, 1997.Google Scholar
  14. Cost Budde PE, et al. Richtlijnen voor palliatieve zorg in de huisartsenpraktijk. Groningen: IKN, 2002.http://www.ikn.nl.
  15. Graeff A de, Hesselmann GM, Krol RJA, Kuyper MB, Verhagen EH, Vollaard EJ. Palliatieve zorg, richtlijnen voor de praktijk. Utrecht: VIKC, 2006: pp. 197-216.http://www.ikcnet.nl

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Authors and Affiliations

  • F. B. van Heest
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations