Advertisement

Bijblijven

, Volume 19, Issue 2, pp 50–55 | Cite as

Hypertensie bij allochtonen in Nederland

  • N. R. Bindraban
  • G. A. van Montfrans
Artikelen

Samenvatting

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de op dit moment beschikbare informatie over de prevalentie van hypertensie bij de belangrijkste groepen allochtonen in Nederland: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Verder wordt aandacht besteed aan implicaties voor opsporing en behandeling van hypertensie.

Over het voorkomen van hypertensie bij allochtonen in Nederland is weinig bekend, maar de wat oudere Turkse en Marokkaanse mannen lijken vaker hypertensie te hebben dan autochtone mannen. Bij Surinamers en Antillianen hebben vooral de vrouwen vaker een verhoogde bloeddruk. Voor allochtone groepen zijn (nog) geen specifieke aanbevelingen voor opsporing en behandeling voorhanden, behoudens die voor negroïde patiënten.

Bij de individuele negroïde patiënt lijkt het bij de start met behandeling niet nodig veel af te wijken van de algemene consensusrichtlijnen. Behandeling met een diureticum lijkt ook bij de zoutgevoelige volumehypertensie van de negroïde patiënt de therapie van keuze te zijn, met calciumantagonisten als alternatief. ace-remmers en bètablokkers zijn minder werkzaam bij negroïde personen, maar blijven het overwegen waard indien men met de andere middelen niet uitkomt. Voor het formuleren van een scherpere doelbloeddruk ontbreken vooralsnog voldoende gegevens.

Momenteel vindt nader onderzoek plaats naar de prevalentie en behandeling van hypertensie bij Surinamers in Amsterdam.

Literatuur

  1. Leest LATM van, Koek HL, Bots ML, Verschuren WMM. Hart- en vaatziekten in Nederland 2002. Cijfers en sterfte. Den Haag: Nederlandse Hartstichting, 2002.Google Scholar
  2. Leest LATM van, Dis SJ van, Verschuren WMM. Hart- en vaatziekten bij allochtonen in Nederland. Een cijfermatige verkenning naar leefstijl- en risicofactoren, ziekte en sterfte. Rapportnr. 261858006. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2002.Google Scholar
  3. Centraal Bureau voor de Statistiek en Koninklijk Instituut voor de Tropen. Gezondheidsenquête Turkse ingezetenen in Nederland, 1989-90. Den Haag, 1991.Google Scholar
  4. Weide MG, Foets M. Migranten in de huisartsenpraktijk. Utrecht: Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (nivel), 1997.Google Scholar
  5. Bleeker JK, Reelick NF. De gezondheid van Marokkanen in de Randstad. Rotterdam: ggd Rotterdam e.o., Sector Gezondheidsbevordering, 1998.Google Scholar
  6. Da Costa R, Goede J de. Gezondheidsaspecten, gezondheidsdeterminanten en zorgconsumptie bij Marokkanen in Gouda. Gouda: Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Midden-Holland, 1998.Google Scholar
  7. De gezondheid van Marokkanen in Utrecht. Interne rapportage. Utrecht: gg&gd Utrecht, 1999.Google Scholar
  8. Koycu B, Kara T, Camlidag O, Aydinli R, Verschuren WM, Montfrans GA van. Risicofactoren voor hart- en vaatziekten bij Turken in Amsterdam en in Ankara. Ned Tijdschr Geneeskd 1997;141(18):882-2.PubMedGoogle Scholar
  9. Middelkoop BJC, Bohnen AM, Duisterhout JS, Hoes AW, Pleumeekers HJCM, Prins A. Rotterdam general practitioners report (rohapro): a computerised network of general practices in Rotterdam, The Netherlands. J Epidemiol Community Health 1995;49:231-3.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  10. Rozema BJC. Gezondheidsenquête Turkse inwoners van Zaanstad. Zaandam: ggd Zaanstreek, 1996.Google Scholar
  11. Dijkshoorn H, Erkens C, Verhoeff AP. Gezondheidsenquête Amsterdamse Gezondheidsmonitor 1999/2000: opzet, verloop van het veldwerk en eerste resultaten [intern rapport]. Amsterdam: GG&GD Amsterdam, 2001.Google Scholar
  12. Wieringen JCM van, Leentvaar-Kuijpers A, Brouer HJ, Slegt AC, Kessel A van. Morbiditeitspatroon en huisartsgeneeskundig handelen bij etnische groeperingen: een onderzoek in 12 Amsterdamse huisartspraktijken. Amsterdam: gg&gd Amsterdam, 1986.Google Scholar
  13. Wilson TW. History of salt supplies in West Africa and blood pressures today. Lancet 1986;1:784-6.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  14. Wilson TW, Grim CE. Biohistory of slavery and blood pressure differences in blacks today. A hypothesis. Hypertension 1991;17(1 Suppl):I122-8.PubMedGoogle Scholar
  15. Elliot P, Stamler J, Nichols R, Dyer AR, Stamler R, Kesteloot H, et al. Intersalt revisited: further analyses of 24 hour sodium excretion and bloodpressure within and across populations. Intersalt Cooperative Research Group. bmj 1996;312:1249-53.Google Scholar
  16. Luft FC, Miller JZ, Grim CE, Fineberg NS, Christian JC, Daugherty SA, et al. Salt sensitivity and resistance of bloodpressure. Age and race as factors in physiological responses. Hypertension 1991;17(1 Suppl):I102-8.PubMedGoogle Scholar
  17. Struyvenberg A. Hypertensie-consensus in Nederland. Ned Tijdschr Geneeskd 1990;134(43):2086-93.PubMedGoogle Scholar
  18. Timmers GJ, Schouten JA, Wee PM ter, Gans ROB. Hypertensie bij de negroïde patiënt. Ned Tijdschr Geneeskd 1999;143(5):229-34.PubMedGoogle Scholar
  19. Walker WG, Neaton JD, Cutler JA, Neuwirth R, Cohen JD. Renal function change in hypertensive members of the Multiple Risk Factor Intervention Trial. Racial and treatment effects. The MRFIT Research Group. jama 1992;268:3085-91.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  20. Materson BJ, Reda DJ, Cushman WC, Massie BM, Freis ED, Kochar MS, et al. Single-drug therapy for hypertension in men. A comparison of six antihypertensive agents with placebo. The Department of Veterans Affairs Cooperative Study Group on Antihypertensive Agents. N Engl J Med 1993;32:914-21.CrossRefGoogle Scholar
  21. Saunders E, Weir MR, Kong BW, Hollifield J, Gray J, Vertes V, et al. A comparison of the efficacy and safety of a beta-blocker, a calcium channel blocker, and a converting enzyme inhibitor in hypertensive blacks. Arch Intern Med 1990;150:1707-13.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2003

Authors and Affiliations

  • N. R. Bindraban
    • 1
  • G. A. van Montfrans
  1. 1.

Personalised recommendations