Advertisement

Medisch-Farmaceutische Mededelingen

, Volume 44, Issue 5, pp 141–141 | Cite as

Strontiumranelaat voor de behandeling van osteoporose is nuttig, maar veranderingen in botdichtheid dienen kritisch bekeken te worden

  • P. L. B. Bruijnzeel
Diversen
  • 5 Downloads

Samenvatting

Strontiumranelaat wordt gebruikt voor de behandeling van osteoporose. Recente onderzoeken (SOTI en TROPOS) hebben aangetoond dat strontiumranelaat effectief vertebrale en niet-vertebrale fracturen voorkomt waaronder ook heupfracturen bij oudere vrouwen. Strontiumranelaat wordt in het algemeen goed verdragen en heeft weinig bijwerkingen. De bijwerkingen die optreden zijn misselijkheid en diarree. De werking van strontiumranelaat berust op remmen van de botresorptie enerzijds en stimulatie van de botvorming anderzijds. Strontium is, net als calcium, een aardalkalimetaal. Het gedraagt zich in het lichaam farmacokinetisch (opname, uitscheiding, verdeling) als calcium en neemt bij langdurig gebruik in toenemende mate de plaats van calcium in in de hydroxyapatietkristallen. Na drie jaar therapie treft men als gevolg van deze vervanging op 100 atomen calcium 1 atoom strontium aan. Doordat strontium een hoger atoomnummer heeft dan calcium zal het röntgenstralen beter tegenhouden. Hierdoor treden bij botdichtheidmetingen bij een vervanging van slechts 1% een overschatting van de botdichtheid op van ongeveer 10%. Dit neemt natuurlijk niet weg dat de botdichtheidtoename wel een goede indicatie geeft over het aanslaan van de therapie, zeker als deze meer dan 5% bedraagt. Men mag volgens de auteurs echter niet zonder meer stellen dat een toename in de botdichtheid ook betekent dat hierdoor effectief fracturen kunnen worden voorkomen. De auteurs refereren aan fluoridetherapie. Deze leidde tot een geweldige toename in de botdichtheid van de rugwervels,maar bij hogere dosering leidde deze therapie tot een toename in het aantal heupfracturen.

Literatuur

  1. Fogelman I, Blake GM. Strontium ranelate for the treatment of osteoporosis. Is useful, but changes in bone mineral density need careful interpretation. BMJ 2005; 330: 1400-01.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Authors and Affiliations

  • P. L. B. Bruijnzeel
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations