Advertisement

Samenwerken met Veilig Thuis: wat gaat goed en wat kan er beter?

  • Anne CustersEmail author
  • Laurien Oosterwijk
  • Paul Beker
  • Thea van Zeben-van der Aa
Wetenschappelijk artikel
  • 2 Downloads

Samenvatting

Bij een vermoeden van kindermishandeling moeten medische professionals (MP’s) handelen conform het stappenplan uit de KNMG-meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Uit de registratie van Veilig Thuis (VT) blijkt dat MP’s weinig meldingen van kindermishandeling doen. Zowel terughoudendheid vanwege persoonlijke barrières als de kwaliteit van de samenwerking met VT lijkt hierbij een rol te spelen. In dit onderzoek hebben wij deze samenwerking geanalyseerd, met als doel deze te verbeteren. Verder zijn de ervaringen van MP’s met het signaleren van kindermishandeling en hun handelen daarbij in kaart gebracht. Via online vragenlijsten werden 623 MP’s en alle 13 medewerkers van VT Zuid-Limburg benaderd. Het responspercentage was respectievelijk 20% en 87%. MP’s gaven aan behoefte te hebben aan meer kennis over VT, naast een 24/7-bereikbaarheid. VT-medewerkers vonden de bereikbaarheid van MP’s en kennis van zowel de KNMG-meldcode als de taken en functies van VT de belangrijkste verbeterpunten. Op basis van de resultaten werd een structureel overleg tussen MP’s en VT-medewerkers geïnitieerd, met als einddoel verlaging van de drempel om contact op te nemen met VT. Daarnaast zal regionale scholing georganiseerd worden die beter aansluit bij de wensen van MP’s.

Trefwoorden

kindermishandeling samenwerking medische professionals Veilig Thuis meldcode huisarts jeugdarts kinderarts kinderneuroloog 

Collaboration with Safe at Home: what goes well and what can be improved?

Abstract

Despite the introduction of the reporting code on domestic violence and child abuse in the Netherlands, physicians seem to under-report child abuse. Individual barriers as well as the quality of collaboration with the Advice and Reporting Centers for Domestic Violence and Child Abuse (Veilig Thuis, VT) may play an important role. This study was designed in order to gain insight in this collaboration and to develop a best practice to improve it. A second aim is to investigate personal experiences with signaling and dealing with child abuse. An online questionnaire was sent to employees of VT (VTE’s, n = 13) and physicians that work with children (n = 623) in South Limburg. Respectively 13 (87%) and 128 individuals (20%) completed the questionnaire. Physicians indicate the need for more information about VT, and a 24/7 service. VTE’s indicate that both the availability of physicians and their knowledge of the reporting code and tasks of VT could be optimized. Based on the results, a regular meeting with general practitioners, preventive health care doctors and VTE’s is initiated to learn about each other’s responsibilities, experiences and mutual expectations. In addition, regional training will be organized for all physicians.

Keywords

Child abuse Collaboration Physicians Advice and Reporting Center for Domestic Violence and Child Abuse Reporting code General practitioner Child and adolescent health care doctor Pediatrician pediatric neurologist 

Notes

Financiering

Dit onderzoek werd gesubsidieerd door de Provincie Limburg.

Literatuur

  1. 1.
    Ministerie van Veiligheid en Justitie. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden: Wet van 14 maart 2013. 2013.Google Scholar
  2. 2.
    Ministerie van Veiligheid en Justitie. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: artikel 5.2.6. 2015.Google Scholar
  3. 3.
    Artsenfederatie KNMG. De Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Utrecht: Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG); 2015.Google Scholar
  4. 4.
    GGD Zuid Limburg. Jaarverslag. 2014.Google Scholar
  5. 5.
    Inspectie voor de Gezondheidszorg. Huisartsenposten onvoldoende alert op kindermishandeling. Inventariserend onderzoek naar de kwaliteit van de signalering van kindermishandeling op huisartsenposten. Den Haag: Inspectie voor de Gezondheidszorg; 2010.Google Scholar
  6. 6.
    Inspectie voor de Gezondheidszorg. Signalering van kindermishandeling op de huisartsenposten is verbeterd, maar nog niet voldoende. Vervolgonderzoek naar de signalering van kindermishandeling op huisartsenposten. Utrecht: Inspectie voor de Gezondheidszorg; 2012.Google Scholar
  7. 7.
    Burik AE van, Geldorp M. Signaleren en melden van kindermishandeling. Een onderzoek naar kenmerken van (potentiële) melders. DSP: Amsterdam; 1997.Google Scholar
  8. 8.
    Baeten P, Berge I ten, Geurts E, et al. Jonge kinderen in de knel. De aanpak van kindermishandeling bij 0‑ tot 4‑jarigen onderzocht. Utrecht: Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn; 2001.Google Scholar
  9. 9.
    Hoefnagels C. Met recht van spreken: enkele theoretische en empirische bijdragen ten behoeve van de secundaire preventie van kindermishandeling. Amsterdam: SWP; 2001.Google Scholar
  10. 10.
    Wolf M. Gevallen of geslagen? Kindermishandeling in de publieke opinie. Amsterdam: NSS/interview; 2004.Google Scholar
  11. 11.
    Nederlands Jeugd instituut. Wegwijs in de Transities van het jeugdstelsel. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut; 2014.Google Scholar
  12. 12.
    Ministerie van VWS. Inspectie Jeugdzorg en Inspectie voor de Gezondheidszorg. De kwaliteit van Veilig Thuis Stap 1 – Landelijk beeld. Utrecht: Ministerie van VWS; 2016.Google Scholar
  13. 13.
    Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ministerie van Veiligheid en Justitie. Wettekst Jeugdwet. Den Haag: Ministerie van VWS en Ministerie van V en J; 2014.Google Scholar
  14. 14.
    Baeten P, Willems J. De maat van kindermishandeling. Meldcode en criteria van kindermishandeling. Amsterdam: SWP; 2004.Google Scholar
  15. 15.
    Tiyyagura G, Gawel M, Koziel JR, et al. Barriers and facilitators to detecting child abuse and neglect in general emergency departments. Ann Emerg Med. 2015;66:5.CrossRefGoogle Scholar
  16. 16.
    Rossum J van, Wolzak A. Meldplicht kindermishandeling: een toegevoegde waarde? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut; 2008.Google Scholar
  17. 17.
    Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Rapportage quickscan meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Den Haag: Ministerie van VWS; 2015.Google Scholar
  18. 18.
    KNMG. Dreigende aanpassing meldcode kindermishandeling helpt kind in nood niet. Utrecht: KNMG; 2015.Google Scholar
  19. 19.
    Veilig Thuis BP. VNG-Model Handelingsprotocol voor het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Den Haag: Vereniging van Nederlandse Gemeenten; 2014.Google Scholar
  20. 20.
    Berge I ten, Addink A, Baat M de, et al. Stoppen en helpen. Een adequaat antwoord op kindermishandeling. Amsterdam: Nederlands Jeugdinstituut; 2012.Google Scholar
  21. 21.
    Rutte F, Pijpers F, Timmermans M. Samenwerken aan het gezond en veilig laten opgroeien van kinderen. Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid; 2013.Google Scholar
  22. 22.
    Delden PJ van. Ketensamenwerking: interne krachten bepalen het externe resultaat. Manag Organ. 2010;3:5–20.Google Scholar

Copyright information

© The Author(s) 2019

Authors and Affiliations

  • Anne Custers
    • 1
    Email author
  • Laurien Oosterwijk
    • 1
  • Paul Beker
    • 2
  • Thea van Zeben-van der Aa
    • 1
  1. 1.Afdeling KindergeneeskundeMaastricht Universitair Medisch CentrumMaastrichtNederland
  2. 2.Veilig ThuisGGD Zuid-LimburgHeerlenNederland

Personalised recommendations