Symptom validity in clinical assessments

  • Charles Lemmers
Proefschriftbespreking
  • 32 Downloads

Samenvatting

Dit is een zeer belangrijk proefschrift naar het fenomeen onderpresteren van cliënten, in vaktaal: ‘symptoomvaliditeit’. Een begrip dat samenhangt met de vraag of cliënten zich wel of niet voldoende inspannen om een goed resultaat te behalen en of psychische en of fysieke klachten wel betrouwbaar worden geuit.

Dit is een zeer belangrijk proefschrift naar het fenomeen onderpresteren van cliënten, in vaktaal: ‘symptoomvaliditeit’. Een begrip dat samenhangt met de vraag of cliënten zich wel of niet voldoende inspannen om een goed resultaat te behalen en of psychische en of fysieke klachten wel betrouwbaar worden geuit. Hoe vaak komt verminderde symptoomvaliditeit voor binnen de patiëntenzorg? Met welke factoren hangt verminderde symptoomvaliditeit samen? Tot slot wordt nagegaan hoe (neuro-)psychologen in hun dagelijks werk met symptoomvaliditeit omgaan. Omdat tot in het recente verleden vooral in het forensische domein (strafrecht en arbeidsongeschiktheid) dit soort onderzoeken is verricht is nu een vervolg met een groot onderzoek in de patiëntenzorg zelf gestart. Over de uitkomsten daarvan en de feiten en vragen die dit onderzoek oproept gaat dit proefschrift van Brechje Dandachi-Fitzgerald. Voor psychologisch onderzoek is het van het allergrootste belang dat patiënten zich wel voldoende inspannen om tot een goed resultaat te komen. Zeker niet alle patiënten vullen eerlijk vragenlijsten in, en patiënten geven soms ook onjuiste antwoorden. Voor een uitkering of minder straf kan het nuttig zijn te overdrijven of te doen of men verminderd toerekeningsvatbaar is. Om in aanmerking te komen voor een ingreep kan men juist belang hebben zich zoveel mogelijk als ‘geestelijk gezond’ te presenteren terwijl er serieuze psychische problemen verzwegen worden.

Opzet van het proefschrift

Na een algemene inleiding komen definities van symptoomvaliditeit, methoden om symptoomvaliditeit te meten en overlap met het begrip ‘malingering’ aan bod. Vervolgens wordt een crosssectionele studie van 183 ggz-patiënten beschreven. 13% van de patiënten had een score die op onderpresteren dan wel overrapporteren wees. Binnen een ggz-instelling komt verminderde symptoomvaliditeit dus vaak voor. Een vergelijkbaar onderzoek in een ziekenhuissetting wordt beschreven waarbij 469 patiënten met de SIMS- en AKTG-test worden onderzocht. De SIMS-test staat voor Structural Inventory of Malingering Symptoms. Deze test meet het overrapporteren van klachten door cliënten. De Amsterdamse Korte Termijn Geheugentest (AKTG) meet onderpresteren van cliënten. Overrapporteren van klachten kwam bij 12 tot 19% voor. Bij ruim 23% van de neuropsychologische onderzoeken werd afwijkend gescoord op de AKTG! Aan bod komt eveneens de waarde van de klinische blik van psychologen om voorafgaand aan testonderzoek zelf in te schatten of patiënten betrouwbaar zullen antwoorden. De uitkomsten laten zien dat psychologen notoir onbetrouwbaar scoren. Het met objectieve maten beoordelen van de validiteit heeft dan ook sterk de voorkeur boven het per casus beslissen om deze objectieve maten al dan niet te gebruiken. Tot slot wordt beschreven in het onderzoek hoe 515 neuropsychologen in 6 West Europese landen denken over en omgaan met het onderwerp symptoomvaliditeit. Slechts 45% van de psychologen gebruikt deze testen in forensisch onderzoek en maar 12% in klinisch psychologisch onderzoek. De inmiddels verouderde opvatting dat de klinische blik in veel gevallen voldoende is, blijkt helaas nog steeds aanwezig.

Mening

Dit voortreffelijke proefschrift bevestigd dat symptoomvaliditeit gewoon formeel beoordeeld moet worden waarbij wel specifieke testen moeten worden ontwikkeld voor lichamelijke klachten zoals pijn en vermoeidheid omdat deze nog niet voorhanden zijn.

Dit promotieonderzoek is in mijn optiek een zeer belangrijk document geworden voor verzekeringsgeneeskundigen en letselschade professionals en een waardig vervolg op het eerdere onderzoek van de helaas overleden psychiater Van Egmond uit Deventer. Van Egmond gaf reeds jaren terug aan in zijn promotieonderzoek dat 40% van de populatie psychiatrische patiënten een ander motief had dan beter worden. Het onderzoek van Dandachi Fitzgerald geeft ook haarscherp weer dat psychologen nog steeds onterecht vertrouwen op de klinische blik. Een compliment voor de psychologie school van Ponds en Merkelbach, wiens invloed nog duidelijk merkbaar is in dit document.

Copyright information

© Stichting tot Bevordering der Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde 2018

Authors and Affiliations

  • Charles Lemmers
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations