Advertisement

Neuropraxis

, Volume 23, Issue 5, pp 107–112 | Cite as

Taalbegrip en theory of mind bij kinderen met autisme

  • Jessica Overweg
  • Catharina A. Hartman
  • Petra HendriksEmail author
Artikel

Samenvatting

Om taal goed te begrijpen, moet je de intentie van de spreker achterhalen. Dit kun je doen door je in het perspectief van de spreker te verplaatsen. De vraag is hoe goed kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) hiertoe in staat zijn. Om deze vraag te beantwoorden, zijn bij 48 kinderen met ASS en 43 kinderen zonder ASS tussen de 6 en 12 jaar oud een drietal taalbegripstaken en enkele algemene cognitieve taken afgenomen. Met twee theory of mind (ToM) taken werd hun vermogen onderzocht om gedachten en intenties toe te schrijven aan anderen. Kinderen met ASS blijken minder goed te presteren op de ToM-taken dan kinderen zonder ASS en dit verschil kon niet volledig worden verklaard door hun minder goede cognitieve vaardigheden. Dit duidt erop dat kinderen met ASS fundamentele problemen hebben met ToM. Kinderen met ASS blijken ook meer fouten te maken dan kinderen zonder ASS in het begrip van persoonlijke voornaamwoorden en voegwoorden van tijd. Een beter begrip van deze woorden bleek bovendien samen te hangen met betere ToM-vaardigheden. Hieruit concluderen we dat sommige problemen van kinderen met ASS met taal en communicatie gerelateerd zijn aan hun problemen met perspectiefname om de intentie van een ander te begrijpen. We vonden deze relatie ook ten aanzien van het begrip van de persoonlijke voornaamwoorden ik en jij. Dit suggereert dat omdraaiing van persoonlijke voornaamwoorden niet zozeer een vorm is van beperkt en stereotiep gedrag, zoals de DSM‑5 beschrijft, maar eerder een probleem in de sociale communicatie.

Trefwoorden

autisme perspectiefname taalbegrip taalontwikkeling theory of mind 

Literatuur

  1. 1.
    Premack D, Woodruff G. Does the chimpanzee have a theory of mind? Behav Brain Sci. 1978;1:515–26.CrossRefGoogle Scholar
  2. 2.
    Rundblad G, Annaz D. The atypical development of metaphor and metonymy comprehension in children with autism. Autism. 2010;14:29–46.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  3. 3.
    Wang AT, Lee SS, Sigman M, Dapretto M. Neural basis of irony comprehension in children with autism: the role of prosody and context. Brain. 2006;129:932–43.CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  4. 4.
    Tager-Flusberg H. Constraints on language acquisition: studies of atypical children. Hillsdale: Laurence Erlbaum; 1994.Google Scholar
  5. 5.
    Evans KE, Demuth K. Individual differences in pronoun reversal: Evidence from two longitudinal case studies. J Child Lang. 2012;39:162–91.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  6. 6.
    American Psychiatric Association. The diagnostic and statistical manual of mental disorders. 4e druk. Washington: APA; 2000.Google Scholar
  7. 7.
    Lord C, Rutter M, DiLavore PC, Risi S. Autism diagnostic observation schedule: manual. Los Angeles: Western Psychological Services; 1999.Google Scholar
  8. 8.
    Rutter M, Le Couteur A, Lord C. The autism diagnostic interview revised (ADI-R). Los Angeles: Western Psychological Services; 2003.Google Scholar
  9. 9.
    Kort W, Compaan EL, Bleichrodt N, Resing WCM, Schittekatte M, Bosman M, Vermeir G, et al. WISC-III-NL handleiding. Londen: The Psychological Corporation; 2002.Google Scholar
  10. 10.
    Baron-Cohen S, Leslie A, Frith U. Does the autistic child have a “theory of mind” ? Cognition. 1985;21:37–46.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  11. 11.
    Gernsbacher MA, Pripas-Kapit SR. Who’s missing the point? A commentary on claims that autistic persons have a specific deficit in figurative language comprehension. Metaphor Symb. 2012;27:93–105.CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  12. 12.
    Norbury CF. Barking up the wrong tree? Lexical ambiguity resolution in children with language impairments and autistic spectrum disorders. J Exp Child Psychol. 2005;90:142–71.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  13. 13.
    Hollebrandse B, Hout A van, Hendriks P. Children’s first and second-order false-belief reasoning in a verbal and a low-verbal task. Synthese. 2014;191:321–33.CrossRefGoogle Scholar
  14. 14.
    Meijering B, Rijn H van, Taatgen NA, Verbrugge R. What eye movements can tell about theory of mind in a strategic game. PLoS ONE. 2012;  https://doi.org/10.1371/journal.pone.0045961.CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  15. 15.
    Overweg J, Hartman CA, Hendriks P. Children with autism spectrum disorder show pronoun reversals in interpretation. J Abnorm Psychol. 2018;127:228–38.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  16. 16.
    Köder F, Maier E, Hendriks P. Perspective shift increases processing effort of pronouns: a comparison between direct and indirect speech. Lang Cogn Neurosci. 2015;30:940–6.CrossRefGoogle Scholar
  17. 17.
    American Psychiatric Association. The diagnostic and statistical manual of mental disorders. 5e druk. Washington: APA; 2013.CrossRefGoogle Scholar
  18. 18.
    Overweg J, Hartman CA, Hendriks P. Temporarily out of order: perspective-shifting in time in children with autism spectrum fisorder. Front Psychol. 2018;9:1663.CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  19. 19.
    Pyykkönen P, Järvikivi J. Children and situation models of multiple events. Dev Psychol. 2012;48:521–9.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  20. 20.
    Wing L. The autistic spectrum: a guide for parents and professionals. Londen: Constable; 1996.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2019

Authors and Affiliations

  • Jessica Overweg
    • 1
  • Catharina A. Hartman
    • 2
  • Petra Hendriks
    • 1
    Email author
  1. 1.Center for Language and Cognition Groningen (CLCG)Rijksuniversiteit GroningenGroningenNederland
  2. 2.Universitair Medisch Centrum Groningen, Disciplinegroep Psychiatrie, Interdisciplinair Centrum Psychopathologie en Emotieregulatie (ICPE)Rijksuniversiteit GroningenGroningenNederland

Personalised recommendations