Advertisement

Depressie

  • Bohn Stafleu van Loghum
Kennistoets
  • 24 Downloads

Samenvatting

Biesheuvel onderzocht het effect van cognitieve therapie op het voorkomen van terugval in een depressie. In de interventiegroep met cognitieve therapie was de recidiefkans 14,5% lager dan in de controlegroep.

  1. 1.
    Biesheuvel onderzocht het effect van cognitieve therapie op het voorkomen van terugval in een depressie. In de interventiegroep met cognitieve therapie was de recidiefkans 14,5% lager dan in de controlegroep. Biesheuvel vergelijkt dit effect met effecten uit eerder onderzoek. Welke bewering geldt voor het gemeten effect in haar onderzoek?
    1. a.

      Dit is kleiner dan zij had verwacht.

       
    2. b.

      Dit is groter dan zij had verwacht.

       
    3. c.

      Dit is zoals zij had verwacht.

       
     
  2. 2.
    Antidepressiva hebben een therapeutische en een preventieve werking bij depressie. Deze medicijnen kunnen terugval van depressie echter niet altijd voorkomen. Op welke tekortkoming van antidepressiva wijst Biesheuvel in haar artikel?
    1. a.

      De bijwerkingen.

       
    2. b.

      Geringe effectiviteit.

       
    3. c.

      Lage therapietrouw.

       
     
  3. 3.
    Behandeling (cognitieve gedragstherapie) van slaapstoornissen leidt niet alleen tot vermindering van de slaapstoornis, maar kan ook leiden tot vermindering van depressieve klachten. In het onderzoek van Van der Zweerde naar de effecten van slaaptherapie bij patiënten met slaap- en depressieve klachten verminderde bij een deel zowel de slaap- als de depressieve klachten. Hoe groot was dat deel?
    1. a.

      Ongeveer een derde.

       
    2. b.

      Ongeveer de helft.

       
    3. c.

      Ongeveer twee derde.

       
     
  4. 4.
    Depressies hebben de neiging te recidiveren. De patiënten in het onderzoek van Biesheuvel die de controlegroep vormden, hadden allen twee of meer depressies doorgemaakt en kregen de gebruikelijke zorg. Zij werden gedurende een jaar gemonitord op het optreden van recidieven. Bij hoeveel procent trad een recidief op?
    1. a.

      10%.

       
    2. b.

      25%.

       
    3. c.

      50%.

       
     
  5. 5.
    In 2014 werd de basis-ggz ingevoerd. Huisartsen konden daarna alleen nog patiënten met een psychiatrische stoornis naar de specialist-ggz verwijzen en in de meeste huisartsenpraktijken (88%) kwam een poh-ggz te werken. Magnée onderzocht de effecten van de invoering van de basis-ggz op de huisartsenpraktijk. Welk effect vond zij?
    1. a.

      Het aantal consulten voor psychische problemen nam af bij de huisarts.

       
    2. b.

      Het aantal consulten voor psychische problemen bleef gelijk bij de huisarts.

       
    3. c.

      Het aantal consulten voor psychische problemen nam toe bij de huisarts.

       
     
  6. 6.
    Depressies komen in Nederland vaak voor en veroorzaken een hoge ziektelast. Welke cijfers gelden in Nederland voor de volwassen leeftijdsgroep (18 tot 64 jaar)?
    1. a.

      10% krijgt ooit in het leven een depressie, binnen een jaar krijgt 2% uit de groep een depressie.

       
    2. b.

      20% krijgt ooit in het leven een depressie, binnen een jaar krijgt 5% uit de groep een depressie.

       
    3. c.

      35% krijgt ooit in het leven een depressie, binnen een jaar krijgt 10% uit de groep een depressie.

       
     
  7. 7.
    De huisarts gaat op verzoek van de buurvrouw op bezoek bij mevrouw Kars, 83 jaar. Mevrouw Kars is alleenstaand en een zorgmijder. De buurvrouw meldt dat ze zichzelf slechter verzorgt en soms buiten rondzwerft. Laatste medische gegevens zijn van drie jaar geleden: astma, moeite met lopen en een verlaagde stemming. Tijdens de visite is mevrouw Kars helder, maar ook apathisch, ze heeft moeite het gesprek te volgen en vervalt vaak in herhaling. Bij onderzoek valt op dat ze vermagerd is. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
    1. a.

      Delier.

       
    2. b.

      Dementie.

       
    3. c.

      Depressie.

       
     
  8. 8.
    De huisarts bespreekt met mevrouw Swart, 42 jaar, welke vorm van psychotherapie het meest geschikt is voor haar terugkerende depressies. Overbelasting op het werk is meestal de oorzaak en een moeilijk contact op het werk is vaak het begin van een ziekteperiode. Vervolgens krijgt de patiënt negatieve gedachten over het werk en over zichzelf. Voor welke vorm van psychotherapie komt mevrouw Swart het meest in aanmerking?
    1. a.

      Cognitieve gedragstherapie.

       
    2. b.

      Interpersoonlijke therapie.

       
    3. c.

      Mindfulness.

       
    4. d.

      Psychodynamische therapie.

       
     

De kennistoets is gemaakt door Henk Folkers, werkzaam bij Huisartsopleiding Nederland. Over vragen en antwoorden wordt niet gecorrespondeerd.

GEBRUIKTE BRONNEN

Biesheuvel-Leliefeld K, Dijkstra-Kersten S, Van Schaik A, et al. Zelfhulp om terugval in een depressie te voorkomen. Huisarts Wet 2018;61:DOI:10.1007/s-12445-018-0299-5.

Van der Zweerde T, Van Straten A, Effting M, et al. Internettherapie voor insomnie vermindert ook depressieklachten. Huisarts Wet 2018;61:DOI: 10.1007/s-12445-018-0298-6.

Magnée T, De Beurs D, Schellevis F, et al. Steeds belangrijkere rol huisartsenpraktijk bij psychische problemen. Huisarts Wet 2018;61:DOI:10.1007/s-12445-018-0286-x.

NHG-Standaard Depressie (tweede herziening). Huisarts Wet 2012;55:252-9.

ANTWOORDEN

1a / 2c / 3c / 4c / 5c / 6b / 7b / 8b

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  • Bohn Stafleu van Loghum
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations