Advertisement

Extract groene thee en genitale wratten

  • Saskia Gerritsen
  • Marion Biermans
Niews
  • 38 Downloads

Samenvatting

Sinecatechinszalf (extract van groene theebladeren) is het middel van derde keus voor zelfbehandeling van genitale wratten in de NHG-Standaard Het soa-consult. Drie RCT’s laten zien dat deze behandeling effectiever is dan placebo. Alle onderzoeken zijn echter gefinancierd door de producent, er is onvoldoende onafhankelijk bewijs om sinecatechinszalf te adviseren.

Natuurlijke producten liggen momenteel goed in de markt. Een patiënt kwam zelf met het voorstel om zijn genitale wratten te behandelen met sinecatechinszalf. Hij had op internet gevonden dat dit een natuurlijk middel is dat beter werkt en minder bijwerkingen heeft dan conservatieve behandelingen. De vraag is of dit klopt.

Zoekstrategie en resultaten

We zochten op 19 september 2017 in PubMed met de volgende zoektermen: (veregen OR green tea OR sinecatechins OR polyphenon e OR catechin) AND (‘Condylomata Acuminata’ [Mesh] OR genital warts [tiab]) en de filters: English; Dutch. Daarbij doorzochten we de titel en het abstract op deze termen. Dit leverde 46 resultaten op, waarvan er twee meta-analyses en drie RCT’s relevant waren voor onze onderzoeksvraag. In beide meta-analyses bespreken de auteurs deze drie RCT’s.

De onderzoekers van de drie RCT’s vergeleken sinecatechinszalf met placebo, waarbij er driemaal per dag gesmeerd moest worden.13 De duur van de behandeling was maximaal 12 of 16 weken.13 De follow-up na het stoppen van de behandeling was 12 weken. In de meta-analyse van Tzellos werden in totaal 1247 patiënten geïncludeerd.4 Hieruit blijkt dat sinecatechinszalf effectiever is dan placebo: 51% versus 36% totale genezing; relatief risico 1,42 (95%-BI 1,19 tot 1,70; p = 0,0001). De belangrijkste bijwerkingen zijn lichte, lokale huidreacties.

De meta-analyse van Werner omvat 18 RCT’s naar het effect van zelfbehandeling met podofyllotoxine, imiquimod of sinecatechins.5 De resultaten laten zien dat al deze middelen effectiever zijn dan placebo. Er is slechts een RCT waarin deze middelen direct met elkaar worden vergeleken waarin geen statistisch significant verschil wordt gevonden tussen podofyllotoxine en imiquimod.

Bespreking en conclusies

Alle RCT’s over sinecatechinszalf sluiten immuungecompromitteerde patiënten uit, terwijl deze groep juist vaker genitale wratten ontwikkelt. De drie RCT’s zijn onduidelijk over uitval van deelnemers en redenen van uitval. Het is opvallend dat alle RCT’s zijn gefinancierd door de producent van sinecatechinszalf in Europa. Het is daarom zeer goed mogelijk dat er sprake is van publicatiebias, waardoor de gerapporteerde effectiviteit van de sinecatechinszalf een overschatting is van het werkelijke effect.

Het is belangrijk om met patiënten te bespreken dat het natuurlijk beloop van genitale wratten gunstig is en dat ze ook kunnen kiezen voor afwachten. De meeste wratten verdwijnen spontaan binnen twee jaar tijd.6 Als u met de patiënt voor behandeling kiest, is podofyllotoxine het middel van eerste keuze op basis van prijs en gebruiksgemak, zoals de NHG-Standaard adviseert. Sinecatechinszalf is niet aan te raden omdat het middel relatief duur is, de patiënt langdurig moet smeren en onafhankelijk bewijs ontbreekt.

Onafhankelijk bewijs voor het gebruik van sinecatechinszalf tegen genitale wratten ontbreekt.

Literatuur

  1. 1.
    Gross G, Meyer KG, Pres H, Thielert C, Tawfik H, Mescheder A. A randomized, double-blind, four-arm parallel-group, placebo-controlled Phase II/III study to investigate the clinical efficacy of two galenic formulations of Polyphenon E in the treatment of external genital warts. J Eur Acad Dermatol Venereol 2007;21:1404-12.Google Scholar
  2. 2.
    Tatti S, Swinehart JM, Thielert C, Tawfik H, Mescheder A, Beutner KR. Sinecatechins, a defined green tea extract, in the treatment of external anogenital warts: a randomized controlled trial. Obstet Gynecol 2008;111:1371-9.Google Scholar
  3. 3.
    Stockfleth E, Beti H, Orasan R, Grigorian F, Mescheder A, Tawfik H, et al. Topical Polyphenon E in the treatment of external genital and perianal warts: a randomized controlled trial. Br J Dermatol 2008;158:1329-38.Google Scholar
  4. 4.
    Tzellos TG, Sardeli C, Lallas A, Papazisis G, Chourdakis M, Kouvelas D. Efficacy, safety and tolerability of green tea catechins in the treatment of external anogenital warts: a systematic review and meta-analysis. J Eur Acad Dermatol Venereol 2011;25:345-53.Google Scholar
  5. 5.
    Werner RN, Westfechtel L, Dressler C, Nast A. Self-administered interventions for anogenital warts in immunocompetent patients: a systematic review and meta-analysis. Sex Transm Infect 2017;93:155-61.Google Scholar
  6. 6.
    Van Bergen JEAM, Dekker JH, Boeke AJP, Kronenberg EHA, Van der Spruit R, Burgers JS, et al. NHG-Standaard Het soa-consult (eerste herziening). Huisarts Wet 2013;56:450-63.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  1. 1.Huisarts
  2. 2.Epidemioloog

Personalised recommendations