Denkbeeld

, Volume 30, Issue 2, pp 35–35 | Cite as

Lekke kraan

  • Job van Amerongen
Jobs tijding
  • 32 Downloads

Samenvatting

Ben is een grote en sterke man, in alle opzichten. 59 jaar oud is hij nu en al weer vier jaar terug is bij hem de diagnose vasculaire dementie gesteld. Met zijn 1.97 meter en zijn naar eigen zeggen ‘net iets te hoge BMI’ is zijn voorkomen ronduit imponerend. Hetzelfde geldt voor zijn openheid en de manier waarop hij het woord voert.

Ben is een grote en sterke man, in alle opzichten. 59 jaar oud is hij nu en al weer vier jaar terug is bij hem de diagnose vasculaire dementie gesteld. Met zijn 1.97 meter en zijn naar eigen zeggen ‘net iets te hoge BMI’ is zijn voorkomen ronduit imponerend. Hetzelfde geldt voor zijn openheid en de manier waarop hij het woord voert. Wie Ben hoort praten weet hoe waar het is dat je bij dementie weliswaar verschillende typen kunt onderscheiden, maar dat het beloop van de ziekte per persoon verschilt. Opdat wij blijven denken in mensen en niet in ziektebeelden.

In de groep van onze dagbehandeling is Ben de enige met ervaring in de sportschool. Hij etaleert die ervaring graag en weet bij ieder martelwerktuig ter bevordering van de gezondheid precies op welke spiergroep een beroep wordt gedaan. Daarbij is ‘kort en bondig’ niet zijn meest in het oog springende kwaliteit. ‘Vraag mij hoe lijn 5 rijdt en ik leg je de werking van het hele Gemeentevervoerbedrijf uit,’ zegt hij, want over zelfkennis beschikt Ben in grote mate. Niemand stoort zich aan zijn breedsprakigheid. Die gaat met veel humor gepaard en hoort bij Ben. Dat vinden wij, de deelnemers en begeleiders van de dagbehandeling althans. Getuige zijn: ‘Ik kan doodmoe van mezelf worden’ is Ben zelf kritischer. ‘Hebben jullie ook wel eens in je bed gepist?’ De vraag die Ben de deelnemers aan het groepsgesprek stelt, laat weinig ruimte voor onduidelijkheid.

‘De laatste weken ben ik regelmatig lek tijdens de nacht,’ licht hij toe. ‘Mijn kraantje doet het niet goed meer. De dokter zegt dat het te maken heeft met de aansturing vanuit mijn hersenen. Het zal zo wezen. Maar mijn arme Cora, die toch al zoveel met me heeft te stellen, moet nu vaak in het holst van de nacht de echtelijke sponde verschonen. Eergisteren heb ik haar gezegd dat ze me maar moet laten opbergen in een tehuis als het zo doorgaat. Toen heeft ze geantwoord dat we eerst incontinentiemateriaal gaan proberen. Jullie weten wel, van die luierbroekjes. Morgen gaan we samen naar de drogisterij. Hebben jullie nog leuke uitstapjes gepland staan voor het weekeinde?’

De combinatie van grote openhartigheid en een onvervalste Amsterdamse tongval blijf ik een buitengewoon ontroerende vinden. Bovendien is het met humor verluchtigen van een serieus en verdrietig onderwerp als incontinentie een grote kwaliteit. De therapeutische werkzaamheid van humor valt niet te onderschatten. In de groep komen dan ook veel ‘bekentenissen’ los over ongewenst urineverlies. Klaas probeert de nachtelijke lek van Ben te relativeren door te melden dat hij het plassen ook overdag niet altijd meer onder controle heeft. ‘Ik ben boos op mezelf. Ondanks dat ik er geloof ik niets aan kan doen.’ Jeantien is als altijd praktisch en geeft ons, waarschijnlijk zonder dat ze daar voor betaald wordt, een merkadvies: ‘Je moet die broekjes van Libero nemen, dat zijn de beste.’

‘Dat kan voor jou zo zijn, lieve schat, maar jij zit qua anatomie toch effe anders in elkaar dan ik. Je zal mij niet kwalijk nemen wanneer ik vergelijkend warenonderzoek ga doen.’ Als altijd heeft Ben het laatste woord: ‘Iedereen uitgezeken? Mooi, dan nu weer tijd voor wat drogers.’

De leider van het groepsgesprek spreekt ter afsluiting een dankwoord uit aan alle deelnemers. Behoudens de openingszin: ‘Wie heeft er een onderwerp voor de gespreksgroep?’ heeft hij niets gezegd. Er zijn momenten waarop je gepast moet weten te zwijgen.

Copyright information

© Stichting Tijdschrift voor Psychogeriatrie 2018

Authors and Affiliations

  • Job van Amerongen
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations