Advertisement

Huisarts en wetenschap

, Volume 49, Issue 11, pp 814–815 | Cite as

Opsporen nierafwijkingen: serumcreatinine of albuminurie?

Ingezonden
  • 16 Downloads

Tjin a Ton en Zwart tonen in hun artikel (H&W 2006;49:443-7) aan dat patiënten met een verminderde nierfunctie goed zijn op te sporen in de huisartsenpraktijk.1 Wij onderschrijven dit advies, maar willen het graag nuanceren. Zij onderzochten het vóórkomen van nierschade stadium 3 of meer, die op te sporen is door serumcreatinine te meten en daaruit de GFR te berekenen. Zij gaan echter voorbij aan nierschade stadium 1 of 2 die niet gekenmerkt wordt door een verlaagde GFR, maar door een andere uiting van nierschade, zoals eiwitverlies in de urine, ofwel macroalbuminurie (>300 mg albumine per dag) ofwel microalbuminurie (30-300 mg albumine per dag).

In het PREVEND-onderzoek in Groningen is de prevalentie van deze stadia van nierfalen nagegaan. Die was vergelijkbaar met de Amerikaanse gegevens die Tjin a Ton aanhaalt: 5,5% van de bevolking heeft een stadium 3 of ernstiger nierfalen en 5,1% een stadium 1 of 2 nierfalen (in PREVEND gemeten als microalbuminurie).2Macroalbuminurie bestond...

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Personalised recommendations