Advertisement

Huisarts en wetenschap

, Volume 47, Issue 3, pp 845–850 | Cite as

Misselijkheid en braken

  • K Reenders
  • TOH de Jongh
  • JH Kleibeuker
Diagnostiek
  • 285 Downloads

samenvatting

Reenders K, De Jongh TOH, Kleibeuker JH. Misselijkheid en braken. Huisarts Wet 2004;47(3):158-62.

Indien iemand met de klacht misselijkheid en/of braken bij de huisarts komt, is de anamnese in combinatie met de leeftijd en de voorgeschiedenis meestal voldoende om een waarschijnlijkheidsdiagnose te stellen. Lichamelijk onderzoek beperkt zich meestal tot de buik en levert weinig extra informatie op. Aanvullend

onderzoek wordt alleen verricht op indicatie afhankelijk van de waarschijnlijkheidsdiagnose. Ernstige aandoeningen als oorzaak zijn uiterst onwaarschijnlijk indien geen andere (alarmerende) klachten aanwezig zijn.

Het is opvallend dat er bij klachten als misselijkheid en braken, die zo vaak voorkomen, zo weinig bekend is over de voorspellende waarde van de anamnese en het lichamelijk onderzoek met betrekking tot de verschillende diagnosen.

anamnese diagnostiek echografie fecesonderzoek laboratorium(diagnostiek) lichamelijk onderzoek maagdarmaandoening 

Literatuur

  1. Van Dale JH. Groot woordenboek der Nederlandse taal. Utrecht: Van Dale lexicografie, 2000.Google Scholar
  2. Andrews PLR, Hawthorn J. The neurophysiology of vomiting. Baillieres Clin Gastroenterol 1988;2:141-68.CrossRefGoogle Scholar
  3. Quigley EM, Hasler WL, Parkman HP. AGA technical review on nausea and vomiting. Gastroenterology 2001;120:263-86.CrossRefGoogle Scholar
  4. Spiller RC. ABC of the upper gastrointestinal tract: anorexia, nausea, vomiting and pain. BMJ 2001;323:1354-7.CrossRefGoogle Scholar
  5. Haug TT, Mykletun A, Dahl AA. The prevalence of nausea in the community: psychological, social and somatic factors. Gen Hosp Psychiatry 2002;24:81-6.CrossRefGoogle Scholar
  6. Van der Velden J, De Bakker D, Claessens AAMC, Schellevis FG. Een nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk. Basisrapport: morbiditeit in de huisartspraktijk. Utrecht: NIVEL, 1991.Google Scholar
  7. Jewell D. Nausea and vomiting in early pregnancy. Clin Evid 2001;6:1093-9.Google Scholar
  8. Baron TH, Ramirez B, Richter JE. Gastrointestinal motility disorders during pregnancy. An Int Med 1993;118:366-75.CrossRefGoogle Scholar
  9. Okkes JM, Oskam SK, Lamberts H. Van klacht naar diagnose. Bussum: Coutinho, 1998.Google Scholar
  10. Haas HHM. Misselijkheid en braken: van probleem tot protocol. Read Health Communications: Leiderdorp, 1991.Google Scholar
  11. Montgomery GH, Bovjberg DH. Specific response expectancies predict anticipatory nausea during chemotherapy for breastcancer. J Consult Clin Psychol 2001:69:831-5.CrossRefGoogle Scholar
  12. Li BU, Balint JP. Cyclic vomiting syndrome: evolution in our understanding of a braingut disorder. Adv Pediatr 2000;47:117-60.PubMedGoogle Scholar
  13. Haug TT, Mykletun A, Dahl AA. Are anxiety and depression related to gastrointestinal symptoms in the general population? D J Gastroenterology 2002;37:294-8.Google Scholar
  14. John, H, Neff U, Kelemen M. Appendicitis diagnosis today: clinical and ultrasonic deductions. World J Surg 1993;17:143-9.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2004

Authors and Affiliations

  • K Reenders
    • 1
  • TOH de Jongh
  • JH Kleibeuker
  1. 1.

Personalised recommendations