Advertisement

Huisarts en wetenschap

, Volume 44, Issue 11, pp 179–183 | Cite as

Is elektrocardiografie in de huisartspraktijk nuttig?

  • F H RuttenEmail author
  • A G H Kessels
  • F F Willems
  • A W Hoes
Onderzoek
  • 26 Downloads

Samenvatting

Inleiding Er is weinig bekend over het praktische nut van elektrocardiografie in de huisartspraktijk. We onderzochten of elektrocardiografie (ECG) in de huisartspraktijk leidt tot beleidsveranderingen.

Methode In een prospectief onderzoek in een groepspraktijk met acht huisartsen werden gedurende twee jaar alle gemaakte ECG's bestudeerd. Om de indicatie voor het ECG en het geanticipeerde beleid vast te stellen vulden de aanvragende huisartsen twee vragenlijsten in; een vóór en een na het vervaardigen van het ECG. De ECG's werden beoordeeld door één huisarts in de groepspraktijk met ervaring in ECG-beoordeling en later ook door een cardioloog. Zestig willekeurige

Om de prognose van de patiënt te bepalen werd alle klinische informatie, verkregen gedurende zes maanden follow-up beoordeeld door zowel de cardioloog als de huisarts.

Resultaten In totaal werden 301 ECG's bestudeerd, waarbij pijn op de borst (57%) en collaps/palpitaties (30%) de belangrijkste indicaties waren. De overeenkomst in ECG-interpretatie tussen de beoordelende huisarts, cardioloog en de externe huisarts was goed (kappa respectievelijk 0,70 en 0,64). Bij 92 patiënten (30,6%; 95%-BI: 25,4-35,8) veranderde het beleid van de aanvragende huisarts naar aanleiding van de ECG-uitslag. De meest voorkomende veranderingen waren: niet verwijzen naar een cardioloog, terwijl dit de bedoeling was voorafgaande aan het ECG (34%); verwijzen terwijl het de bedoeling was om dit niet te doen (20%) en verandering in de cardiovasculaire medicatie (40%). Bij patiënten met pijn op de borst differentieert een (sterk) afwijkend ECG (aannemelijkheidquotiënt (AQ): 13,3; 95%-BI: 6,9-25,5) en een normaal ECG (AQ: 0,06; 95%-BI: 0,7-1,1) erg goed tussen patiënten die wel of niet een verhoogd risico hebben op een cardiovasculaire gebeurtenis in de nabije toekomst.

Conclusie Elektrocardiografie kan, in aanvulling op anamnese en lichamelijk onderzoek, een belangrijk hulpmiddel zijn in de huisartspraktijk.

diagnostiek elektrocardiografie hart- en vaatziekten hartinfarct hartritmestoornis 

Literatuur

  1. Van den Berg FA. Elektrocardiografie en huisarts, een bron van zorg? Ned Tijdschr Geneeskd 1988;132:444-7.PubMedGoogle Scholar
  2. Meijler FL. Elektrocardiografie in de huisartsenpraktijk. Ned Tijdschr Geneeskd 1976;120:437-40.PubMedGoogle Scholar
  3. Huygen FJA. Elektrocardiografie in de huisartsenpraktijk. Ned Tijdschr Geneeskd 1976;120:432-7.PubMedGoogle Scholar
  4. Ekering JH. Het elektrocardiogram: een zinvolle uitbreiding van het diagnostisch arsenaal van de huisarts? Huisarts Wet 1986;29:236-8.Google Scholar
  5. Davies A. Electrocardiographs in general practice [editorial]. BMJ 1989;299:408-9.CrossRefGoogle Scholar
  6. Macallan DC, Bell JA, Braddick M, Endersby K, Rizzo-Naudi J. The electrocardiogram in general practice: its use and its interpretation. J R Soc Med 1990;83:559-62.CrossRefGoogle Scholar
  7. Jones R. Electrocardiographic diagnosis in general practice. Practitioner 1984;228:85-7.PubMedGoogle Scholar
  8. Woolley D, Henck M, Luck J. Comparison of electrocardiogram inter-pretations by family physicians, a computer, and a cardiology service. J Fam Pract 1992;34:428-32.PubMedGoogle Scholar
  9. McCrea WA, Saltissi S. Electrocardiogram interpretation in general practice: relevance to prehospital thrombolysis. Br Heart J1993;70:219-25.CrossRefGoogle Scholar
  10. Aufderheide TP, Hendley GE, Thakur RK, Mateer JR, Stueven HA, Olson DW, et al. The diagnostic impact of prehospital 12-lead electrocardiography. Ann Emerg Med 1990;19:1280-7.CrossRefGoogle Scholar
  11. Zwietering P, Knottnerus A, Gorgels T, Rinkens P. Occurrence of arrhythmias in general practice. Scand J Prim Health Care 1996;14:244-50.CrossRefGoogle Scholar
  12. Davie AP, Francis CM, Love MP, Caruana L, Starkey IR, Shaw TR, et al. Value of the electrocardiogram in identifying heart failure due to left ventricular systolic dysfunction. BMJ 1996;312:222.CrossRefGoogle Scholar
  13. Levy D, Labib SB, Anderson KM, Christiansen JC, Kannel WB, Castelli WP. Determinants of sensitivity and specificity of electrocardio-graphic criteria for left ventricular hypertrophy. Circulation 1990;81:815-20.CrossRefGoogle Scholar
  14. Van Dijke MJ, Van den Berg WN, Hoes AW. Beleidsveranderingen op grond van een ECG bij patiënten in de huisartspraktijk. Ned Tijdschr Geneeskd 1998;142:1383-7.PubMedGoogle Scholar
  15. Fyfe T, Maclean NM. A health centre E.C.G. services: its use and abuse. BMJ 1975;1:563-6.CrossRefGoogle Scholar
  16. Van Ree JW. De ECG-werkgroep Nijmegen. Huisarts Wet 1983;26:129-31.Google Scholar
  17. Tillema W, Van den Berg FA, Van der Does E. Elektrocardiografie voor elke huisarts. Hart Bulletin 1993;24:136-40.Google Scholar
  18. Meyboom WA. De beperking van cardiofonie. Huisarts Wet 1983;26:136-9.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2001

Authors and Affiliations

  • F H Rutten
    • 1
    Email author
  • A G H Kessels
  • F F Willems
  • A W Hoes
  1. 1.

Personalised recommendations