Advertisement

Tijdschrift voor Psychotherapie

, Volume 33, Issue 4, pp 161–170 | Cite as

Lichaamsgerichte interventies in de experiëntiële behandeling van angststoornissen

  • Marijke BaljonEmail author
Artikel

semenvatting

Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Bij de behandeling van angststoornissen boeken niet alleen cognitieve gedragstherapie maar ook experiëntiële psychotherapie goede resultaten. Verdere verbetering van de behandeling kan bereikt worden met behulp van lichaamsgerichte interventies. Deze focussen specifiek op de angst. Ze zijn vooral van belang in de symptoomfase van de behandeling. Als de cliënt meer beheersing krijgt over de angst kunnen onderliggende disfunctionele schema’s en vermijding effectiever behandeld worden. De in dit artikel beschreven experiëntiële en lichaamsgerichte benadering is gebaseerd op inzichten uit de neurobiologie, de gehechtheidstheorie en praktijkervaringen.

Notes

Literatuur

  1. Ablon, J.S., Levy R.A., & Katzenstein, T. (2006). Beyond brand names of psychotherapy: Identifying empirically supported change processes. Psychotherapy, Theory, Research, Practice and Training, 43, 216–232.CrossRefGoogle Scholar
  2. Bateman, A., & Fonagy, P. (2004). Psychotherapy for borderline personality disorder. Mentalisation-based treatment. Oxford: Oxford University Press.CrossRefGoogle Scholar
  3. Bekker, M.H.J., & Assen, van, M.A.L.M. (2006). A short form of the autonomy scale: properties of the autonomy-connectednesss scale. Journal of Personality Assessment, 86, 51–60.CrossRefGoogle Scholar
  4. Bekker, M.H.J., & Belt, U. (2006). The role of autonomy-connectedness in depression and anxiety. Depression and anxiety, 23, 274–280.CrossRefGoogle Scholar
  5. Bloemsma, F. (2001). Procesgerichte diagnostiek, diagnosticeren, indiceren en therapie ontwerpen vanuit cliëntgericht kader. Tijdschrift voor psychotherapie 27, 105–128.CrossRefGoogle Scholar
  6. Bowlby, J. (1969). Attachment and loss, Vol. 1. Attachment. New York: Basic Books.Google Scholar
  7. Elliott, R.J., Greenberg L., & Lietaer, G. (2004). Research on experiential psychotherapies. In: M.J. Lambert, Bergin and Garfield’shandbook of psychotherapy and behaviour change (5th ed.), (pp. 493-539). New York: Wiley.Google Scholar
  8. Elliott,E. , Watson, J.C. ,Goldman, R.N., & Greenberg, L.S. (2003). Learning emotion-focused therapy: The process-experiential approach to change. Washington DC: American Psychological Association.Google Scholar
  9. Finke, J. (2003). Gesprächspsychotherapie. Grundlagen und spezifische Anwendungen. Stuttgart: Thieme.Google Scholar
  10. Fonagy, P. (2001). The human genome and the representational world: The role of early mother-infant interaction in creating an interpersonal interpretive mechanism. Bulletin of the Menninger Clinic, 65, 427–448.CrossRefGoogle Scholar
  11. Frijda, N.H. (1986). The emotions. Cambridge: Cambridge University Press.Google Scholar
  12. Gendlin , E.T.(1996). Focusing-oriented psychotherapy: a manual of the experiential method. New York: The Guilford Press.Google Scholar
  13. Glas, G. (2001). Angst. Beleving, structuur, macht. Amsterdam: Boom.Google Scholar
  14. Greenberg, L.S., & Paivo S.C. (1997). Working with emotions in psychotherapy. New York/Londen: The Guilford Press.Google Scholar
  15. Greenberg L., & Lietaer, G. (2003). Een integratief model van emotie, gedrag en cognitie. In S. Colijn S., H. Snijders & W. Trijsburg (Red.), Leerboek integratieve psychotherapie. Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  16. Kabat-Zinn, J. (2005). Handboek meditatief ontspannen. Effectief programma voor het bestrijden van pijn en stress. Haarlem: Altamira-Becht.Google Scholar
  17. Kabat-Zinn, J., Massion, M.O., Kristeller, J., Gay Peterson, L.G., Fletcher, K.E., Pbert, L., Lenderking, W.R., & Santorelli, S.F. (1992). Effectiveness of a meditation-based stress reduction program in the treatment of anxiety disorders. American Journal of Psychiatry, 149, 936–943.CrossRefGoogle Scholar
  18. Korrelboom, C.W., & Broeke, E. ten (2004). Geïntegreerde cognitieve gedragstherapie. Handboek voor theorie en praktijk. Muiderberg: Coutinho.Google Scholar
  19. LeDoux, J.E. (1996). The emotional brain. New York: Simon & Schuster.Google Scholar
  20. LeDoux, J.E. (2002). Synaptic self. How our brains become who we are. New York: Viking Press.Google Scholar
  21. Leijssen, M. (1995). Gids voor gesprekstherapie, Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  22. Miller, J.J., Fletcher, K., & Kabat-Zinn, J. (1995). Three year follow-up and clinical implications of a mindfulness meditation-based stress reduction intervention in the treatment of anxiety disorders. General Hospital Psychiatry,17, 192–200.CrossRefGoogle Scholar
  23. Ogden, P, Pain, C., & Fisher, J. (2006). A sensorimotor approach to the treatment of trauma and dissociation. Psychiatric Clinics of North America, 29, 263–279.CrossRefGoogle Scholar
  24. Ogden, P., Minton, K. & Pain, C.(2006) Trauma and the body. A sensorimotor approach to psychotherapy. New York/London: W.W. Norton & Co.Google Scholar
  25. Prouty , G., Werde, D. van, & Pörtner, M. (2001). Pre-therapie. Maarsen, Utrecht: Elsevier.Google Scholar
  26. Rothschild, B. (2000). The body remembers. The psychophysiology of trauma and trauma treatment. New York/London: W.W. Norton & Co.Google Scholar
  27. Siegel, D.J. (1999). The developing mind. Toward a neurobiology of interpersonal experience. New York/Londen: The Guilford Press.Google Scholar
  28. Swildens , J.C.A.G. (1997), Procesgerichte gesprekstherapie. Inleiding tot een gedifferentieerde toepassing van de cliëntgerichte beginselen bij de behandeling van psychische stoornissen. Leuven/Amersfoort: Acco/de Horstink.Google Scholar
  29. Swildens, J.C.A.G. (1995). Gesprekstherapie bij angststoornissen. In G. Lietaer & M. van Kalmthout (red.), Praktijkboek gesprekstherapie. Psychopathologie en experiëntiële procesbevordering. Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  30. Teusch, L., & Böhme, H. (1999). Is the exposure principle really crucial in agoraphobia? The influence of client-centered ‘nonprescriptive’ treatment on exposure. Psychotherapy Research, 9, 15–123.Google Scholar
  31. Teusch, L., & Finke, J. (2007). Cliëntgerichte psychotherapie bij angststoornissen. Tijdschrift voor cliëntgerichte psychotherapie, 45, 33–46.Google Scholar
  32. Tophoff, M.M. (2005). Opmerkzaamheidstraining in het perspectief van cliëntgerichte psychotherapie. Tijdschrift voor cliëntgerichte psychotherapie, 43, 30–39.Google Scholar
  33. Tophoff, M.M. (2006). Sensory awareness as a method of mindfulness training. Person-Centered & Experiential Psychotherapies, 5, 127–137.CrossRefGoogle Scholar
  34. Velde, V. van der (red.) (2003). Multidisciplinaire richtlijn Angststoornissen. Utrecht: Trimbos-instituut.Google Scholar
  35. Wolfe, B.E., & Sigl P. (1998). Experiential psychotherapy for the anxiety disorders. In L.S. Greenberg, J. C. Watson & G. Lietaer (Eds.), Handbook of experiential psychology. New York: The Guilford Press.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations