Advertisement

Springer Nature is making Coronavirus research free. View research | View latest news | Sign up for updates

Leucaena—A promising soil-erosion-control plant

  • 73 Accesses

  • 26 Citations

Abstract

This woody legume, originally native to Mexico but now naturalized in Arizona, Florida and Texas, has been extensively used in Indonesia for soil erosion control and should be similarly employed in our Southern States.

This is a preview of subscription content, log in to check access.

References

  1. 1.

    A manual of green manuring. Peradeniya, Ceylon. 1931.

  2. 2.

    Alberts, G. A. Lamtoro als schaduw. Med. Proefstat. Malang, No. 10. 1915.

  3. 3.

    Backer, C. A., and van Slooten, D. F. Geillustreed handboek der Javaansche theeonkruiden en hunne beteekenis voor de cultiuur. Algemeen Proefstation voor de Thee, Batavia, Java. 1924.

  4. 4.

    Bernard, Ch.Leucaena glauca als groene bemester. Med. Theeproefstation25. 1913.

  5. 5.

    -. Groene bemesting. Med. Theeproefstation51. 1916.

  6. 6.

    -, and Palm, B. Over de door schimmels veroorzaakte wortelziekten van de theeplant. Med. Theeproefstation61. 1919.

  7. 7.

    -. Groenbemesting en grondbedekking. De Thee 1922: 79.

  8. 8.

    Bois, E. du. De beteekenis van leguminosen voor de koffieplanter. Cultuurgids 1900/01: 385.

  9. 9.

    Coster, Ch. Eenige waarncmingen omtrent groei en bestrijding van alang-alang (Imperata cylindrica Beauv.). Tectona25: 383. 1932.

  10. 10.

    —. Wortelstudien in de Tropen. I. Jeugdontwikkeling van het wortelstelsel van een zeventigtal boomen en groenbemesters. Tectona25: 828. 1932.

  11. 11.

    —. Wortelstudien in de Tropen. IV. Wortelconcurrentie. Tectona26: 450. 1933.

  12. 12.

    —. Bovengrondsche afstrooming en erosie op Java. Tectona31: 613. 1938.

  13. 13.

    -. Wortelstudien in de tropen. Landbouw (Landbouwkundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie). Parts 8 and 9: 146–409. 1933, 1934.

  14. 14.

    Deuss, J. J. B. De Theecultuur (“Onze Koloniale Landbouw”) 4th Ed. 1931.

  15. 15.

    De Hulpgewassen bij meerjarige cultures (vervolg). [Communication by the Experimental Stations of the Centrale Vereeniging tot Beheer van Proefstations voor de Overjarige Cultures in Ned.-Indie]. De Bercultures13: 1696–1708. 1939.

  16. 16.

    Dijkman. M. J. Ondernemings rubbercultuur in Zuid-Oost Borneo. [Report of the Centrale Verecniging tot Beheer van Proefstations voor de Overjarige Cultures in Ned.-Indie]. Batavia. Java: 1–50. 1939.

  17. 17.

    -. Advies inzake mechanisatie van den Inheemschen Voedsellandbouw in het Landsehap Insana, Onder-afdeeling Noord-Midden Timor. [Report, Department of Economic Affairs, Batavia, Java]: 1–46. 1947.

  18. 18.

    -. Jaarverslag Landbouwkundige Zuid- en West Sumatra. [West-Java Exp. Sta., Buitenzorg, Java]. 1940.

  19. 19.

    Dillen, L. R. van. Wat is er praktisch bekend van den invloed van groene bemesting op de gesteldheid van den bodem. De Bergcultures2: 1291. 1928.

  20. 20.

    —. De physische gesteldheid van den grond en de methode om deze te verbeteren. De Bergcultures4: 1073. 1930.

  21. 21.

    Endert, F. H. Droogte resistente gewassen. Tectona36: 164–214. 1946.

  22. 22.

    Gandrup, J. Eenige beschouwingen over de behandeling van schaduw in koffieaanplantigen. De Bergcultures9: 179. 1935.

  23. 23.

    Heeteren. H. V. A. van. Groenbemesters in heveatuinen. Dictaat van den cursus over de rubbercultuur: 231–244. 1940. [Published by the Dienst van den Landbouw, Buitonzorg, Java].

  24. 24.

    Helton, W. M. van. De resultaten ver- krogcn in den cultuurtuin met verschil- lende groenbemosters. Med. Cult. tuin Dept. Landbouw. Nijverheid & Handel, No. 1. 1913.

  25. 25.

    Heyne. K. De Nuttige Planten van Nederlandsch-Indie. Part I: 716–718. 1927. [Published by the Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel, Buitenzorg, Java].

  26. 26.

    Hoedt, Th. G. E. Een overzicht van de geduronde de jaren 1931 tot en met 1936 door het Proefstation West-Java ter onderzoek van do gebruikswaarde ontvangen monsters van groenbemester zaden. De Bergcultures11: 917. 1937.

  27. 27.

    Joachim, A. W. B. The effect of green manure and covercrops on soil moisture. Tropical Agriculturist. 1930: 3.

  28. 28.

    -. The relation of green manures to the carbon and nitrogen contents and reaction of soils in Peradeniya. Tropical Agriculturist. 1930: 10.

  29. 29.

    Kerkhoven. A. E. Leguminosen bemesting toegepast op de theecultuur. Teysmannia. 1902: 15.

  30. 30.

    Kerkhoven, A. R. W. Het tegengaan van afspoelingen door rationeele tuinaanleg. Soekaboemische Landbouw Vereeniging, Soekaboemi. 1913.

  31. 31.

    Kerkhoven, E. H. Wortelziekten en boomstronken. De Thee 1920: 51.

  32. 32.

    Keuchenius, A. A. M. N. Botanische Kenmerken en cultuurwaarde van een 60-tal nieuwe soorten van leguminosen. Med. Theeproefstation90. 1924.

  33. 33.

    —. Methode gevolgd aan het Theeproefstation voor het onderzoek van groenbemesterzaden. De Bergcultures1: 851. 1927.

  34. 34.

    —. Invloed van groenbemesters op den grond. De Bergcultures1: 1217. 1927.

  35. 35.

    Lammers, R. P. Een en ander over nieuwe lamtoro vormen. De Bergcultures14: 1168–1171. 1940.

  36. 36.

    L’Emploi des Legumineuses comme engrais verts, plantes de couverture et arbres d’ombnige dans les pays tropicaux. Rome, Italy. 1936.

  37. 37.

    Lennep, H. Een en ander over do bij s’Landsch Caoutchouc Bedrijf met menging van rubberaanplantingen met diverse boomleguminosen opgendane ervaringen. De Bergcultures7: 529. 1933.

  38. 38.

    Lenoir, H. Over de werkwijze in de koffie op de Ondernening Silosanen. De Bergcultures2: 1208. 1928.

  39. 39.

    Leucaena pulverulenta Benth. [Communication by the Experimental Stations of the Centr. Ver. Beh. Proefst. Overj. Cult. Ned.-Ind.]. De Bergeultures12: 1836–1839. 1938.

  40. 40.

    Ligt, N. de. Ontginning met bodembescherming. De Bergcultures11: 1158. 1937.

  41. 41.

    Maas, J. G. J. A. Kiemproeven met zaden van verschillonde groenbemesters. De Bergcultures1: 766. 1927.

  42. 42.

    Michaux, P. Economie des sols de plantations d’hevea et elaeis. Paris. 1935.

  43. 43.

    Mohr, E. C. Jul. De bodem der tropen in hot algemeen, en die van Nederlandsch-Indie in het bijzondor. 1934–1938.

  44. 44.

    Nanninga, A. W. Resultaten van bemestingsproeven in theetuinen. Teysmannia. 1901: 397.

  45. 45.

    -Nanninga, A. W. Bemesting van theetuinen. Indische Mercuur.1907: 113–134.

  46. 46.

    Ochse. J. J. in collaboration with Bakhuizen van den Brink, R. C. Vegetables of the Dutch East Indies. [Depart. Agr. Ind. and Commerce of the Neth. East Indies, Buitenzorg, Java]. 1931: 1005 pp. ill.

  47. 47.

    Ossenwaarde. J. G., and Wellensiek, S. J. Capita selecta uit de algemeene plantenteelt. De Landbouw in den Indischen Archipel. PartI. 1946. [Edited by Dr. C. J. J. van Hall and C. van de Koppel, The Hague, Holland].

  48. 48.

    Ostendorf, F. W. Onze cultuurplanten en hun milieu. De Bergeultures12: 878. 1938.

  49. 49.

    Ottolander, T. Eenige opmerkingen over het gebruik van leguminosen in de tropische bergcultures. Cultuurgids1905: 421.

  50. 50.

    —. Gegevens betreffende het schaduwvraagstuk (voordracht van 1905). De Bergcultures11: 66–176. 1937.

  51. 51.

    Overzicht van de veldproeven bij de theecultuur op Java (ult. 1932). Archief voor de theecultuur in Nederlandsch-Indie6: 144. 1932.

  52. 52.

    Pendleton, R. L. Philippine experience in reforestation with ipilipil and its application to conditions in Kwantung Province, China. Lingan Sci. Jour.13: 215–224. 1934.

  53. 53.

    Petch, T. The diseases of the tea bush. London. 1923.

  54. 54.

    Prillwitz, P. M. Eenige gegevens omtrent het onderzoek van groenbemesterzaden. Archief voor de thoecultuur in Neder-landsch-Indie6: 144. 1932.

  55. 55.

    -. Behandeling van leguminosenzaden met zwavelzuur. De Thee 1926: 136.

  56. 56.

    —. De invloed van eenige groenbemesters op de bodemvochtigheid. De Bergcultures4: 331. 1930.

  57. 57.

    —. De stand van onze kennis omtrent de wortelschimmels bij thee. De Bergcultures9: 887. 1935.

  58. 58.

    Rudin, W. Het economisch aspect van arbeidsintensieve cultuurmaatregelen bij wisselende conjunctuur. De Bergcultures12: 994. 1938.

  59. 59.

    Schweizer, J. Over de functie van het blad bij het cultuurgewas gedurende een vegetatie periode. De Bergcultures13: 1628–1641. 1939.

  60. 60.

    —. Over lamtoro-soorten als houtle-veranciers in een koffie aanplant. De Bergcultures14: 1069–1078. 1940.

  61. 61.

    —. Wat haalt een koffie-en rubberaanplant uit den grond en wat geven zij aan den grond terug (voorloopige mededeeling). De Bergcultures15: 704–713. 1941.

  62. 62.

    Snoep, W. Structuur en humustoestand van den grond in verband met bodembehandeling. De Bergcultures1: 1222. 1926.

  63. 63.

    —. Bodembehandeling en schaduw in verband met het vochtgehalte van den grond. De Bergcultures6: 1413. 1932.

  64. 64.

    —. Algemeene beschouwingen over de bodembehandeling op koffie productie. De Bergcultures6: 1450. 1932.

  65. 65.

    —. Tegenwoordige vormen van bodembehandeling. De Bergcultures11: 1158. 1937.

  66. 66.

    Standley, P. Trees and shrubs of Mexico. Smithsonian Institute. United States National Museum, Contributions from the United States National Herbarium23. 1920.

  67. 67.

    Takahashi, M. and Ripperton, J. C. Koe Haole (Leucaena glauca). The establishment, culture and utilization as a forage crop. Bull. 100, University of Hawaii Agricultural Experiment Station. (June 1949).

  68. 68.

    Vageler, P. W. E. Over de ontleding van groenbemesters in gronden en deze ontleding vergezellende verschijnselen. De Bergcultures1: 145. 1927.

  69. 69.

    —. Over den invloed der groenbemesters op de gestellheid van den bodem. De Bergcultures2: 1412. 1928.

  70. 70.

    Veeartsenijkundige bladen. 1912: 87.

  71. 71.

    Veen, R. van der. Wortelconcurrentie in de koffie-en rubbertuinen. Archief voor de Koffiecultuur9: 65. 1935.

  72. 72.

    —. Enkele waarnemingen over wortelconcurrentie in een zeer drogen Oostmoesson. De Bergcultures14: 1519–1921. 1940.

  73. 73.

    Vollema, J. S. Wortelschimmels bij rubber en thee. De Bergcultures11: 1518. 1937.

  74. 74.

    Vraagbaak voor de koffiecultuur en koffiebereiding. Batavia. 1941. (Compiled and edited by the Proefstation Midden-en Oost Java and the Besoekisch Proefstation, published by the Centrale Vereeniging tot Beheer van Proefstations voor de Overjarige Cultures in Neder-landsch-Indie.)

  75. 75.

    Vraagbaak voor de Theecultuur en Theebereiding. Batavia. 1937. (Compiled bij the Proefstation West-Java, published by the Centrale Vereeniging tot Beheer van Proefstations voor de Overjarige Cultures in Nederlandsch-Indie.)

  76. 76.

    Vries, O. de. Grondverbetering door groenbemesters. De Bergcultures1: 5. 1926.

  77. 77.

    Yoshida, R. A Chemical and physiological study of the nature and properties ofLeucaena glauca (Koa Haole). Proc. Hawaii Acad. Sci. 1943–1945: 5.

Download references

Author information

Correspondence to M. J. Dijkman.

Additional information

Former agronomist of the Association of Central Experiment Stations and head of the Extension Service for plantation crops of the South and West Sumatra Syndicate in Indonesia.

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Cite this article

Dijkman, M.J. Leucaena—A promising soil-erosion-control plant . Econ Bot 4, 337–349 (1950). https://doi.org/10.1007/BF02985092

Download citation

Keywords

  • Timber
  • Indonesia
  • Economic Botany
  • Green Manure
  • Dairy Farming