Advertisement

Pharmaceutisch Weekblad

, Volume 2, Issue 1, pp 1217–1227 | Cite as

Farmacotherapie van glaucoom

  • A. C. van Loenen
  • O. P. van Bijsterveld
Overzichtsartikelen

Samenvatting

De therapie bij glaucoom is vaak veelzijdig en verwarrend. In eerste instantie dient het soort glaucoom te worden vastgesteld, daarnaast zijn er verschillende farmacologische middelen in gebruik, elk met een eigen aangrijpingspunt. Ze bezitten echter alle één gemeenschappelijk kenmerk, namélijk verlaging van de verhoogde intra-oculaire druk. Dit effect kan op verschillende manieren plaatsvinden: via een verbetering van de kamerwaterafvloed en/of via een vermindering van de kamerwaterproduktie. Het bereikte effect wordt langs een directe en/of een indirecte (centrale) weg tot stand gebracht. De keuze van de middelen zal eveneens afhangen van de te verwachten nadelen, zoals beïnvloeding van de pupilgrootte en het accommodatievermogen en eventueel andere systemisch optredende bijwerkingen.

Het huidige assortiment van o.a. pilocarpine, carbachol, adrenaline, guanethidine en acetazolamide is in de laatste jaren uitgebreid met o.a. clonidine,thc en timolol. De toekomst moet ons echter leren of vooral dit laatste middel de plaats van het tot nu toe meest gebruikte farmacon, namelijk het pilocarpine, zal gaan innemen. Ook is het niet ondenkbaar dat de bestaande middelen dusdanig farmaceutisch worden gemodificeerd, zoals o.a. bij Ocusert® is gebeurd, dat de aanwezige nadelen grotendeels kunnen worden geëlimineerd.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Abel, R., enI. H. Leopold (1980) In:Drug Treatment, 2nd edition (Avery, G. S., Ed.) Adis Press, Sydney, hoofdstuk xi.Google Scholar
  2. Barkhoff, E. R. (1969)Klin. Mbl. Augenlieilk. 155, 358–370.Google Scholar
  3. Becker, B. (1956)Am. J. Ophthalmol. 41, 522–529.Google Scholar
  4. Blumenthal, M., S. Yankelev enS. Dikstein (1976)Ophthalmol. Res. 8, 259–261.Google Scholar
  5. Boger, W. P. (1979)Drugs 18, 25–32.Google Scholar
  6. Botermans, C. H. G. (1976)TGO Med. Mag. december, 9–11;Ibidem (1977) april, 10–16.Google Scholar
  7. Brenkman, R. F. (1978)Brit. J. Ophthalmol. 62, 287–291.Google Scholar
  8. Bron, A. J.(1969)Brit. J. Ophthalmol. 53, 37–45.Google Scholar
  9. Büning, K. (1949)Klin. Mbl. Augenheilk. 115, 534–538.Google Scholar
  10. Campell, D. A., M. Jones, N. E. A. Renner enE. L. Tonks (1957)Brit. J. Ophthalmol. 41, 746–758.Google Scholar
  11. Dake, C. L. (1967)Glaucoma simplex. Van Gorcum, Assen.Google Scholar
  12. Duke-Elder, S., E. S. Perkins enM. E. Langham (1956)Arch. Soc. oftal. hisp-amer. 16, 259–274.Google Scholar
  13. Durkee, D. P., enB. G. Bryant (1978)Am. J. Hosp. Pharm. 35, 682–690.Google Scholar
  14. Edelhauser, E. M. (1971)Klin. Mbl. Augenheilk. 158, 514–517.Google Scholar
  15. Editorial (1977)Lancet II, 437–438.Google Scholar
  16. Ellis, P. P., enM. Esterdahl (1967)Arch. Ophthalmol. 77, 598–603.Google Scholar
  17. Fechner, P. H. (1969)Klin. Mbl. Augenheilk. 154, 19–31.Google Scholar
  18. Geneesmiddelen Bulletin (1976)10, 55–62.Google Scholar
  19. Green, K., K. Kim enK. Bowman (1976) In:The Therapeutic Potential of Marihuana (Cohen, S., enR. C. Stillman, Eds.) Plenum Publ. Corp., New York.Google Scholar
  20. Harris, L. S., M. A. Galin enR. Lerner (1970)Ann. Ophthalmol. 2, 253–257.Google Scholar
  21. Heilmann, K. (1977) In:Therapeutische Systeme. Ferdinand Enke Verlag, Stuttgart.Google Scholar
  22. Heppler, R. S., enI. R. Frank (1971)J. Am. Med. Assoc. 217, 1392Google Scholar
  23. Innemee, H. C. (1979)De farmacologische beïnvloeding van de intraoculaire druk via het centrale zenuwstelsel. Proefschrift, Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  24. Knapp, E. (1968)Klin. Mbl. Augenheilk. 152, 391–395.Google Scholar
  25. Kull, J. (1942)Ophthalmologica 104, 23–31.Google Scholar
  26. Kutschera, E. (1961)Klin. Mbl. Augenheilk. 139, 234–241.Google Scholar
  27. Leopold, I. H., enA. F. Cleveland (1953)Am. J. Ophthalmol. 36, 226–231.Google Scholar
  28. Leopold, I. H., enP. L. Carmicheal (1956)Trans. Am. Acad. Ophthalmol. Otolaryngol. 60, 210–214.Google Scholar
  29. Leydhecker, W. (1973) In:Glaukom: Ein Handbuch, 2e druk. Springer-Verlag, Berlin-Heidelberg-New York.Google Scholar
  30. Leydhecker, W., enE. Helfrich (1955)Klin. Mbl. Augenheilk. 126, 323–327.Google Scholar
  31. Linn, M. T., enL. H. Jones (1958)Am. J. Ophthalmol. 65, 576.Google Scholar
  32. Merthe, H. J., enK. Heilmann (1974)Clonidin in der Augenheilkunde, Bücherei des Augenartztes, Heft 63. Ferdinand Enke Verlag, Stuttgart.Google Scholar
  33. Meythaler, H., enW. Ruppert (1971)Albrecht von Graefe's Arch. Ophthalmol. 181, 234–245.Google Scholar
  34. Vraag en antwoord (1979)Ned. Tijdschr. Geneesk. 123, 257.Google Scholar
  35. O'grady, R. B. (1972)Postgrad. Med. 51, 69–72.Google Scholar
  36. Phillips, C. I., G. Howitt enD. J. Rowlands (1967)Brit. J. Ophthalmol. 62, 287–291.Google Scholar
  37. Riegel, D., enW. Leydhecker (1967)Klin. Mbl. Augenheilk. 151, 882–885.Google Scholar
  38. Romano, J. H. (1970)Brit. J. Ophthalmol. 54, 510.Google Scholar
  39. Rüger, K. (1970)Klin. Mbl. Augenheilk. 157, 825–827.Google Scholar
  40. Schappert-Kimmuser, J. (1959)De blindheidsoorzaken in Nederland. Proefschrift, Universiteit Utrecht. Van Gorcum, Assen.Google Scholar
  41. Stepanik, J. (1961)Klin. Mbl. Augenheilk. 139, 174–179;Ibidem (1965)146, 376–382.Google Scholar
  42. Stepanik, J. (1963)Wien. Klin. Wochschr. 75, 403–405.Google Scholar
  43. Stone, W. C. (1950)Arch. Ophthalmol. 43, 36–42.Google Scholar
  44. Sugar, H. S. (1957) In:The Glaucomas, 2e druk, Hoeber, New York, 237–238.Google Scholar
  45. Swan, K. C. (1953)Trans Can. Ophthalmol. Soc. 5, 34–50.Google Scholar
  46. Thiel, R. (1955)Proc. XVII Int. Congr. Ophthal. Montreal-NY 1954-11, 722–792.Google Scholar
  47. Virno, M., G. P. Cantore, C. Bietti enM. C. Bucci (1963)Am. J. Ophthalmol. 55, 1133–1143.Google Scholar
  48. Virno, M., J. Pecori Giraldi, M. C. Bucci enG. P. Cantore (1965)Boll. Oculist. 44, 542–550.Google Scholar
  49. Virno, M., J. Pecori Giraldi, A. Missiroli enP. Pivetti Pezzi (1970)Boll. Oculist. 49, 353–365.Google Scholar
  50. Weekers, R., P. Demailly enJ. Collignon-Brach (1968)Arch. Ophthalmol. 28, 399–404.Google Scholar

Copyright information

© Bohn, Scheltema & Holkema 1980

Authors and Affiliations

  • A. C. van Loenen
    • 1
  • O. P. van Bijsterveld
    • 2
  1. 1.Ziekenhuisapotheek Bennekom/EdeGA Bennekom
  2. 2.Koninklijk Nederlands Gasthuis voor OoglijdersJE Utrecht

Personalised recommendations