Advertisement

Pharmaceutisch Weekblad

, Volume 2, Issue 1, pp 162–165 | Cite as

Vreemde deeltjes

  • J. M. H. Conemans
Parenteralia

Samenvatting

Deze lezing geeft vier redenen om vreemde deeltjes in parenteralia te voorkomen: formele, medische, wettelijke en commerciele. De belangrijkste methoden om verontreiniging te onderzoeken zijn: visuele inspectie, de filtratiemethode, optische deeltjestellers en het Coulter principe. In het kort is de theorie achter de kwantificering van deeltjesverontreiniging besproken. In Nederlandse ziekenhuisapotheken bereide infusen verschillen sterk in deeltjesconcentratie. De hoeveelheid deeltjes die daar bij toediening aan de patient nog aan wordt toegevoegd is wellicht hoger dan de hoeveelheid die in de vloeistoffen zelf reeds aanwezig was. Er worden enige maatregelen aanbevolen die van belang kunnen zijn bij de bestrijding van deeltjesverontreiniging.

Paniculate matter

Abstract

This paper shows four reasons for preventing particles in parenterals: formal, medical, legislative and commercial. The main methods for evaluation of particulate matter burden include: visual inspection, the filtration method, optical particle counting and the Counter principle. A short impression is given of the theory of particulate matter quantification. Intravenous solutions made in Dutch hospital pharmacies vary strongly in their particulate matter content. The amount of particles added on administration in the hospital ward is possibly higher than that present in the fluids themselves. Some considerations are given that may be of value in the prevention of particulate matter contamination.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. British Pharmacopoeia 1973.Google Scholar
  2. Deutsches Arzneibuch DDR (1975) xiv, 13.0.2.Google Scholar
  3. Federal Register (1973)38, 27076; (1975)40, 11865.Google Scholar
  4. Garvan, J. M., enB. W. Gunner (1964)Med. J. Australia II, 1.Google Scholar
  5. Groves, M. J. (1973)Parenteral Products, Heinemann Medical, London, 227.Google Scholar
  6. Groves, M. J., enS. R. De Malka (1976)Drug Development Communications 2, 285.Google Scholar
  7. Hübner, G. (1977)Partikuläre Verunreinigungen von Infusionslösungen und -zubehör, In:Klinische Anästhesiologie und Intensivtherapie 14, Infusionslösungen, Springer-Verlag, Berlin, 54.Google Scholar
  8. Jonas, A. M. (1966)Proceedings Symposiufn on Safety of Large Volume Parenteral Solutions, fda, Washington DC, geciteerd door Millipore am 303.Google Scholar
  9. Klaus, E. (1977)Materielle Verunreinigungen in Infusionslösungen, In:Klinische Anästhesiologie und Intensivtherapie 14, Infusionslösungen, Springer-Verlag, Berlin, 54.Google Scholar
  10. Lines, R. W. (1967)Bull. Parenteral Drug Assoc. 21, 113 en 118.Google Scholar
  11. Mehrkens, H. H., E. Klaus enJ. E. Schmitz (1977)Möglichkeiten materieller Verunreinigungen durch Zusatzinjektionen, In:Klinische Anästhesiologie und Intensivtherapie 14, Infusionslösungen, Springer-Verlag, Berlin, 106.Google Scholar
  12. Nederlandse Farmacopee Ed. vm (1978).Google Scholar
  13. Roland, M. (1973)R. Sci. Tech, pharm. 2, 537.Google Scholar
  14. United States Pharmacopoeia ist Supplement (1975).Google Scholar

Copyright information

© Bohn, Scheltema & Holkema 1980

Authors and Affiliations

  • J. M. H. Conemans
    • 1
  1. 1.Centrale ZiekenhuisapotheekJL 's-Hertogenbosch

Personalised recommendations